Beheersing eikenprocessierups

 

Oorsprong

De eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) komt oorspronkelijk uit zuid- en centraal Europa. De inburgering in Nederland is waarschijnlijk toe te schrijven aan de klimaatsverandering. Ze houden van warmte en zitten vooral aan de zonnige zuidkant van eikenstammen.

 

Onder bepaalde omstandigheden zoals zachte winters en een droog en warm voorjaar kunnen plagen ontstaan. Vanaf begin 1990 is de ontwikkeling van de eikenprocessierups explosief gestegen. Vooral in 1996 zijn veel zware aantastingen van bomen gemeld, daarna stortte de populatie van de soort in, dankzij intensieve bestrijding, maar ook door koude weersomstandigheden. Afgelopen jaren zijn het aantal meldingen van rupsen weer explosief gestegen.

De eikenprocessierups is de larve van de onopvallende grijze nachtvlinder die haar eitjes legt in de toppen van eikenbomen. De eitjes overwinteren en worden bedekt met een bruine kitlaag vermengd met haren van het achterlijf, waardoor ze goed gecamoufleerd en zeer moeilijk van de schors te onderscheiden zijn. Als eind april / begin mei, afhankelijk van de weersomstandigheden, de oranje gekleurde jonge rupsen uit de eitjes komen zijn de knoppen van de eiken nog niet uitgelopen. Ondanks het ontbreken van voedsel zijn de rupsen in staat om deze periode zonder problemen te overleven. De rupsen zijn dan in het bezit van lange haren verspreid over het gehele lichaam, echter deze haren veroorzaken niet de irritatie.

 

Vooraleer ze volgroeid zijn ondergaan ze 6 vervellingen. De kleur verandert in grijsgrauw met lichtgekleurde zijden. Vanaf het derde larvale stadium dragen de rupsen op de rugzijde de eerste brandharen. Tijdens het vierde, vijfde en zesde larvale stadium ontwikkelen ze nog meer brandharen, zodat uiteindelijk op het gehele lijf brandharen voorkomen. Een volgroeide rups heeft circa 700 000 brandharen.

 

De rupsen

Tijdens de eerste drie larvale stadia maken de rupsen nog geen duidelijk nest. Ze spinnen enkele takjes en bladeren tegen elkaar en trekken zich hierin terug. De kenmerkende zakvormige nesten, bestaande uit spinsel van haren, vervellingshuid en uitwerpselen worden pas vanaf het vijfde larvale stadium gevormd. De meest voorkomende afmeting is ter grootte van een handbal, echter zijn er ook nesten waargenomen tot anderhalve meter groot.

 

Vanuit deze nesten verplaatsen de rupsen zich in lange processies, zoals de naam doet vermoeden. ‘s Nachts gaan de rupsen in processie op zoek naar voedsel, waardoor er zichtbaar kaalgevreten bomen waarneembaar zijn. De rups kan bij een voedseltekort ook waargenomen worden op andere boomsoorten, waaronder berk, beuk en Amerikaanse vogelkers.

Hieronder treft u schematisch de verschillende stadia aan:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Welke klachten kunnen optreden

Huidklachten Deze ontstaan binnen acht uur na contact met brandharen. Er ontstaat rode huiduitslag met hevige jeuk. Het beeld van de huid kan sterk variëren van bultjes tot en met vochtige blaasjes die kunnen gaan ontsteken.

Oogklachten Deze ontstaan als de brandharen in de ogen terechtkomen en kunnen binnen één tot vier uur een heftige reactie geven met eventuele zwellingen.

 

Klachten aan de luchtwegen Na inademing kunnen de brandharen irritatie of ontstekingen geven van de bovenste luchtwegen. De klachten lijken in eerste instantie op neusverkoudheid, in enkele gevallen kan er sprake zijn van kortademigheid.

 

Algemene klachten Algemene klachten die voorkomen kunnen zijn duizeligheid, koorts en braakneigingen. Iemand die vaker met brandharen in contact komt krijgt een steeds sterkere reactie.

 

Natuurlijk evenwicht?

Het voorkomen van de rups is een natuurlijk verschijnsel. Over het algemeen zorgt de natuur zelf voor een aanvaardbare omvang van de populatie. Onder invloed van natuurlijke vijanden (sluipwespen, -vliegen, grote poppenrover, vogels, kevers, roofwantsen) ontstaat uiteindelijk een “natuurlijk evenwicht”. De afgelopen jaren is echter gebleken dat dit evenwicht zich slechts in beperkte gebieden, voornamelijk aan de rand van natuur – en bosgebieden, heeft ingesteld. Tegelijkertijd is het verspreidingsgebied groter geworden.

Het ei stadium

Tot half april

Beperkt ongemak

De jonge rupsen

Half april tot half mei

Beperkt ongemak

De volgroeide rupsen

Half mei tot eind juni

Veel ongemak door haren van de rupsen

Het pop-stadium

Half jubi tot eind augustus

Ongemak door brandhaarden in lege nesten.

De vlinder

Augustus tot half september

Ongemak door haren in lege nesten

Het ei-stadium

September tot half april

Beperkt ongemak

Klik op foto voor vergrotingen